Wereldkampioenschap steppen in Gold Coast, aan de oostkust van Australië

8, 9 en 10 juli 2016

 

Vrijdag 8 juli: sprint van 400 meter

Het is best gek om dezelfde mensen te zien als tijdens Nederlandse stepwedstrijden, terwijl we aan de andere kant van de wereld zijn. Het is best gek om hierin te delen zonder dat we dit avontuur live kunnen delen met naaste familie of vrienden. Ik zie een deel van hetzelfde sterkte deelnemersveld als twee weken terug in Heerde. Het is aan de ene kant gek om deze mensen hier te zien en te spreken en aan de andere kant is het jammer dat het er niet meer zijn. Er doen twintig Europeanen mee waarvan elf Nederlanders, en 34 Australiërs.

Twee weken geleden stond ik nog te glimmen op het podium in Heerde na mijn sprint om- denk ik -alvast te wennen aan de aandacht die ik hier krijg. Want jawel, na een heat en een halve finale zit ik in de finale! En ik word tweede. De heat duurt 1 minuut en 3 seconden en de finale kost me 1 minuut en 1 seconde. Gemeend of niet, maar ik hoor de hele tijd tijdens het voorbij lopen of tijdens het inrijden op de baan: "Well done!" of "Good job Jolanda!"

Zoals de Nederlandse stepdames weten, ben ik meer een toerrijder, dan een wedstrijdrijder, maar de Australische dames in mijn klasse weten dat natuurlijk niet. Zij zijn dan ook danig onder de indruk van mijn prestatie, of het is zoals hierboven beschreven een cultuurverschil waarin ik moet wennen aan al die vriendelijke woorden en complimenten die gegeven worden. Bedolven worden met complimentjes - gemeend of niet, daar moet ik nog achter komen tijdens dit WK - versus alleen maar iets zeggen als iets niet goed is, zoals bij ons in Nederland, is absoluut een cultuurverschil als je het mij vraagt. Zeker in een wedstrijdveld. Anyway, ik heb het er even heel moeilijk mee dat ik zo hoog ben geëindigd en op het podium terecht kom, want ik als toerrijder hoor ergens als laatste te eindigen, toch? Waar zijn alle snelle 40 tot 50 jarigen? Ook daar hebben ze hier de perfecte uitspraak voor: "No worries. "

Zaterdag 9 juli: criterium van 10 km en estafette van 20 minuten plus een ronde

We leven in een bubbel, een sport bubbel. We bevinden ons aan de Gold Coast, maar hebben van de omgeving nog niks van gezien, laat staan dat we al een blik hebben kunnen werpen op de Stille Oceaan. En dat wisten we van te voren. We hebben de dag na het WK erbij geboekt in de Air B&B, om buiten dit sport complex (welke trouwens pas over een paar weken officieel wordt geopend en waar de Common Welth Games worden gehouden in 2018, maar dat even ter zijde) de omgeving te kunnen verkennen.

Het criterium wordt gereden op een baan net buiten het stadion in het gebied van de kangoeroes. Als we niet steppen, dan staan of zitten we tussen hun droge uitwerpselen in het gras. Er staat een coole foodtruck en her en der staan wat partytenten waaronder de masseurs en de technische dienst opereren in de schaduw.

We zijn hier met zes Nederlandse dames waaronder vier hele snelle steppers. Elk estafette team bestaat uit drie dames. De sprint uitslag van gister heeft de doorslag gegeven wie er in ons eerste team zit, en wie er overblijft voor het tweede Nederlandse team. Natuurlijk zit ik in het tweede team. Thuis had ik nog gezegd dat ik het zielig vond voor degene die met mij in het estafette team zou komen maar nu kan ik zeggen dat ik me helemaal niet hoef te schamen, want ik heb geenszins de boel lopen op te houden. Sterker nog, ik kan precies merken waarvoor ik drie keer in de week heb getraind de laatste paar weken. We staan dan ook te springen als het gat zo groot wordt tussen ons en het team dat ons op de hielen zit dat we zeker weten dat het Australische team achter ons blijft, we worden tweede!

De Australische zon schijnt inmiddels onverbiddelijk over de baan en tegen drie uur maken we ons klaar voor de estafette van de mannen die er vaak veel spectaculairder aan toe gaat. Ik weet nog dat we twee jaar geleden in Tsjechië een valpartij hadden waar je misselijk van werd, en twee jaar daarvoor in Duitsland hielden we ons hart ook geregeld vast. Alleen het Nederlandse team veroorzaakte nooit een valpartij, nee, zij hadden altijd goed geoefend en zij waren op elkaar ingespeeld, want vaak kenden ze elkaar uit hun eigen team en hadden ze herhaaldelijk met elkaar geoefend. Nu hebben we maar drie mannen, dus is één team exact gevuld met mannen uit heel Nederland. Qua chemie zit het wel goed tussen hen, en als je terugkijkt naar de beelden dan snap je er nog niks van, maar deze middag vindt een waar spektakel plaats. En de veroorzaker daarvan is…….. Vincent.

Hij komt met een gruwelijke vaart aanrijden en ik zet de knop van mijn fototoestel om van foto naar video -hier zal ik geen stilstaand beeld van weten te maken bedenk ik mij nog net- en onder mijn ogen film ik zijn valpartij! Nog voordat hij de step doorgeeft, valt hij onder de step door. Zijn helm breekt, het achterwiel loopt aan, maar hij staat op na deze rampzalige wissel en hij heeft zoveel adrenaline in zijn lijf door zijn val, dat hij de Australische EHBO-er uit de 'lay back' stand haalt en aanspoort op te schieten met dat verband en die pleister. Ik geef hem mijn helm die hij gefocust afstelt en hij loopt alweer te ijsberen voordat hij weer mag. Als hij de step goed overpakt en weg spurt loop ik een stukje terug naar de bocht vlak voor de wisselplek en wacht gespannen af tot ik hem weer in het vizier krijg. Het gat dat is ontstaan door de val, en door het aanlopen van het achterwiel hebben de Nederlandse mannen weten op te heffen en ik begin te springen van blijdschap ten teken van de voorsprong en de Nederlandse supporters beginnen verderop naast de wisselplek opgelucht te klappen. Vincent laat de Australiër achter zich en ik begin naar de wisselpek te rennen om te zien dat zijn wissel nu goed gaat.

Pas na het douchen kunnen we zien wat de schade is. Hij heeft een soort gat in zijn kuit, hij heeft schaafwonden op beide schouderbladen en eentje op zijn bovenarm en er is iets met zijn vinger. Zijn schoen is kapot en we gooien de helm weg.

Zondag 10 juli: endurance van 40 km

Onze wekker gaat om 5.50 uur, de zon komt even later op en binnen een kwartier is het licht. Het is belangrijk op tijd te zijn bij het parcours voor de endurance, want om 7.00 uur zal de weg afgesloten worden door de politie.

Naast de start staan twee grote kangoeroes te grazen achter het hoge hek tegen de bosrand, er is een koffie foodtruck en met een aantal Nederlanders verkennen we het parcours in de vorm van een 8 langs en over dit industrieterrein.

De heren staan in rijen voorover gebukt te leunen op het stuur en wij staan te kijken naar hun achterwerken. De start van de dames is een minuut later om 9.01 uur en de temperatuur loopt op. Als ik iemand achter mij hoor zeggen dat het al 21,9 graden is, twijfel ik geen moment. Ik rits mijn shirt open, doe mijn helm af en trek mijn onder shirt over mijn hoofd. De mannen krijgen hun startschot. Ik gooi het hoopje textiel naar een supporter en de kinderen worden achter ons naar hun plek begeleid. Wij mogen allemaal naar voren, naar de startlijn. Ik klik mijn helm vast en we hebben nog tien seconden, kom maar op met die heerlijke lange steptocht!

Het parcours is gevarieerd; we klimmen en we dalen, er is zon en er is schaduw, wind en luwte. De ronde is 4,4 km en de dames rijden 9 rondes. Behalve als je wordt ingehaald, zoals ik, dan gaat er een ronde vanaf.

Onze twaalfjarige dochter en ik hebben redelijk hetzelfde tempo. "Als je maar sneller bent dan ik", zeg ik al weken, want qua snelheid is ze me dit jaar voorbij gegaan. Bovendien doet ze meer aan wedstrijd trainen. Omdat ik 20 kilo zwaarder ben dan zij, daal ik sneller, maar dat haalt zij weer bij op het vlakke stuk. In mijn vierde ronde merk ik dat het klimmen al aardig zwaar wordt, en net als ik het niet meer verwacht hoor ik aan de tred dat ze eraan komt. Kletsend haalt ze mij in! Vlak voor haar finish (zij stept in totaal 17,6 km) mag ik nog wel aanzetten ook, want in de verte zie ik dat ze is gaan sprinten. En vlak voor de finish is een bocht, zodat ik haar al niet meer zie. Maar als ik door die bocht heen ben, kan ik net zien hoe zij met luid applaus wordt binnengehaald. Wereldkampioen. Dat wordt vandaag weer een Wilhelmus.

In mijn vijfde ronde halen de snelle dames mij in, ik hoef nu nog maar acht van de negen rondes. De steilste klim is in de zon en in de luwte, en het wil maar niet zweten met die reptielen huid van mij. Ik heb het niet meer en leeg een deel van de bidon boven mijn hoofd. Die verkoeling helpt de hoofdpijn terug te dringen. Helemaal alleen met mijn gedachtes in dat gevecht tegen de warmte schallen er allerlei zinnen door mijn hoofd. Waaronder: ”Do you like our winter?” Nou, geef mij maar de koude Hollandse winters, maar voor een zomervakantie is dit constante weer natuurlijk geweldig. Laat ik maar niet klagen, en zeker niet over het weer. En als het even later nog wat zwaarder wordt op het veel te lange stuk vals plat motiveert mij maar één gedachte: Ik ben Down Under! En spontaan verander ik weer in Speedy Conzales.

De prijsuitreiking is wederom op de atletiek baan van het stadion. We worden als Europeanen veelvuldig bedankt voor onze komst en de complimenten voor ons rijden zijn niet van de lucht. Na vier dagen ben ik er eindelijk achter, alle warmte en vriendelijkheid is oprecht. De complimenten zijn wel zeker gemeend. We horen verschillende volksliederen; Fins, Tsjechisch, Nederlands, Zwitsers en Australisch. Wij mogen wel een tas met prijzen aangeven als we over vier weken weer terugvliegen naar Nederland, zoveel plakken hebben we in ontvangst mogen nemen. De chocola die we daarbij cadeau krijgen gaat de gate niet halen, die is tegen die tijd op.

Maandag 14 maart 2016

Hoe een gewoon thee kwartiertje uitmondde in een goed idee (lees: goed doel).

Ergens aan het begin van de winter zaten wij pauze te houden op een doordeweekse dinsdagmiddag met een gezellige groep van vijf. Het was mijn vrije dag en ik was ‘op de thee’.
Op de step was ik een stukje door Oele gereden en ik kwam langs het Twentekanaal weer terug in Hengelo Zuid waar ons bedrijf staat. Het jasje dat ik droeg tijdens het steppen is van Bjorn Borg en is knalroze. Toen ik binnenkwam op de zaak deed ik mijn helm af en de thee werd voor me ingeschonken. De thee conversatie ging over mijn Kickbike, over hoe goed ik opviel in dat jasje en even later ging ons gesprek heel organisch over in ‘plannen maken’.

Elke Kickbikeproductie levert standaard de kleuren zwart en rood. Een enkele keer kiezen we een andere kleur en noemen erbij dat het om een limited edition gaat. Zo hebben we al ijsblauwe Kickbikes gehad, oranje, groene... Wat zou het leuk zijn om een Kickbike limited edition te laten maken die we zouden koppelen aan een goed doel.

Mijn knalroze jasje heeft kennelijk een associatieve werking gehad, want ineens werd het goede doel Pink Ribbon genoemd. Als we nou eens een knalroze step lieten produceren? Hoe leuk zou dat zijn? Meteen na de thee heeft Vincent het telefoonnummer opgezocht van deze stichting, die geld inzamelt voor onderzoek tegen/naar borstkanker en de behandeling ervan. Het gesprek heeft 11 minuten geduurd en de deal was rond! We mogen het bekende ‘Ribbon’-tekentje gebruiken achter het logo van Kickbike en van elke verkochte step dragen wij direct 10% af aan de Stichting Pink Ribbon.

Vrijdag 11 maart was het zover. Onze productie roze Kickbikes kwam binnen! De 20ft container werd om 8 uur voor de deur gezet, er zaten 160 dozen in. De jongens stroopten de mouwen op en ook ik haalde er een paar dozen uit. Het was aan mij de eer om de eerste doos open te maken. Vol verwachting haalde ik de verpakkingsbanden eraf, trok de doos open en frummelde wat folie van het frame, ik kon haast niet wachten om de kleur te zien. Daar piepte het eerste roze eruit! Het opvallende kleurtje kwam me vriendelijk en fel tegemoet.

Nu de Kickbike naar een fotograaf is geweest bij ons in Hengelo, kan het geheel op de site gezet worden vandaag en wie weet vervang ik mijn eigen Kickbike voor deze roze. Ik zou op deze roze Kickbike met mijn roze jasje nog meer opvallen! En die aandacht vraag ik graag voor dit goede doel. Daarbij zou ik zelf bij weer en veel tegenwind naar het bekende ‘Ribbon’-tekentje kijken en denken aan de tegenwind die sommige vrouwen figuurlijk ervaren.
Vrouwen die ik ken met borstkanker.

 

Op een vrijdagmiddag in mei 2015

Je mag het eigenlijk niet hardop zeggen midden in de voor velen mooiste maand van het jaar, maar wat heb ik zin in de herfst! Deze week wil ik in een koel bergdal liggen onder een heldere sterrenhemel of tegen de wind in fietsen aan het water in Friesland. Keep on dreaming! De warmte begint hier op zondag en is op maandagavond als we met de groep gaan steppen niet anders. We steppen vooral door het bos- want schaduw -maar 16 km aaneensluitend beschaduwde wegen door volle bomen halen wij ook in Twente niet. Bovendien lijkt de wind over de vlakke stukken in plaats van verkoelend de werking van een warme föhn te hebben. En ik ben niet de enige die zo benauwd is, naast en achter mij spot ik meerdere rood aangelopen hoofden.

Nee, dan deze vrijdag! Een droomdag. Geen verzengende hitte, geen benauwd rood hoofd na vijf km, overmoedig zet ik de teller op 0 en ga op de step naar Usselo.

Er zit lood in de benen, zeker het eerste half uur. Ik sta stil om te eten, en het lood blijft erin tot ik Boekelo uitrijd. Aan de overkant moet ik het fietspad op, een automobilist achter mij op de weg laat mij heel lief voor. Die actie lost het lood op. Eindelijk de goede benen, een stijgend tempo, moeiteloos kom ik in Usselo aan. Bovenop de snelweg is er even die twijfel, de snelweg over richting Enschede? Al eens gedaan. Bekend terrein. Doe eens gek. Ga naar Haaksbergen. Maar dat is nog wel 9 km. Doe nou maar! Ik doe het. Als een speer ga ik, auto’s toeteren, fietsers groeten me.

De teller geeft halverwege deze 80 km-weg aan dat ik een uur aan het steppen ben, tijd voor het tweede deel van die notenreep. Maar het gaat net zo lekker! Niets mee te maken, niet doen, niet doorgaan nu, stoppen en eten!

Vlak voor Haaksbergen ga ik ergens naar rechts, in de veronderstelling dat ik zo doorsteek naar de weg richting Hengelo. Maar die weg komt maar niet. Dit heet Stepelo. Nooit eerder geweest. Ben ik de weg kwijtgeraakt? Ik zit op anderhalf uur en moet weer wat eten, mijn laatste reep. En ik sta in volledige stilte in the middle of nowhere. Hoe vaak moet ik nog naar rechts en dan naar links en dan weer naar rechts? En als ik nou een engerd tegenkom die al dagen geen mens heeft gezien, laat staan een dame? No fear. Dit zijn de mooiste tochten, toch?.

Met een dreunende Michael Jackson- beat schiet ik een voetpad op, laag door het gras, slingerend door het bos, een schit-te-rend voetpad waar de fietser moet worden gerespecteerd volgens het bordje, maar waar ben ik? In mijn eentje, op onbekend terrein, maar met de geruststellende beat kom ik langs een kudde wilde zwijnen! Met jonkies erbij, allemaal zwart, rustig en niet op het pad. Ik hallucineer, nee het zijn de kilometers, de endorfine. Dit is echt en dit is genieten. Na 2 uur en 17 minuten ben ik thuis.

Daar denk ik aan als ik rood van de benauwdheid onder de douche stap op die maandagavond na die droomdag in mei, oh ja en aan de herfst!

23 maart 2015

De klok is dit weekend een uur vooruit gezet. Het is de eerste avond van dit jaar dat we weer steppen in het licht op maandagavond. De belofte aan veel zicht onderweg heeft mensen van de bank getrokken en dat is te zien aan de opkomst van deze avond. We zijn als groep groot en divers genoeg om ons na de helft van de route op te splitsen. De diehards die de hele winter met ons zijn door gestept zonder soms te zien waar we langs reden gaan er als een stel jonge honden vandoor samen met Vincent richting het Beckumervoetpad. Een tandje lager om de ademhaling onder controle te houden neem ik vier dames mee via de snelste route terug naar Hengelo over de Haaksbergerstraat. Maar, wat had ik graag op deze eerste haast lenteachtige avond door nog meer buitengebied gereden. Ik fantaseer over frisse weilanden, nieuwe bomen en struiken en neem het industriële en stadse voor lief. Ik pas me aan.

Ook al step ik met dit groepje 6 km minder snel dan de snelle groep, we komen haast gelijktijdig aan. Wij wel eerder dan zij gelukkig! Ons drukke geklets –want ja, die ademhaling had niet zoveel meer te lijden dat laatste stuk- wordt overstemd door hun enthousiasme over die laatste zes kilometer. Lyrisch zijn ze over de mooie uitzichten, opscheppend over de 14 reeën die ze hadden gespot, 14! En nee, niet alleen op afstand. Je kon ze in de ogen kijken! Grr.

Omdat ik al ambivalent was over mijn korte tocht en mijn dames nog steeds konden kletsen, wat niets meer inhoudt dan dat ze niet moe genoeg zijn, had ik nu met terugwerkende kracht spijt van onze keuze om die saaie Haaksbergerstraat af te rijden. Maar die veelbetekenende blikken naar elkaar, het gebroederlijk stapelen van hetzelfde verhaal deed mij wankelen. 14 reeën?? Is dat niet wat veel? Toen de energie zakte van de feestnummers uit de groep en ik zowat groen was uitgeslagen, eindigde onze meest trouwe maar ook minst spraakzame steppen met: “En we zagen ook nog een wolf.”

That’s it! Ze hadden het met elkaar voorbereid. Dit verhaal hadden ze in die zes kilometer bekokstoofd. Ik hoef geen spijt te hebben van onze keuze. Onze keuze voor een kortere route was precies goed. Iedereen had het naar de zin gehad. Gezellig met elkaar kunnen blijven kletsen gaat vóór een hoge ademhaling. Geen gebroken vrouwen op de dinsdag, dat is toch ook heel wat waard?

Toen alle steppers na luid "doeg!" en "doei!" naar huis togen, bleven Vincent en onze meest trouwe maar minst spraakzame stepper in de deuropening staan. Mijn kans om alle twijfel te verifiëren. “Hebben jullie echt 14 reeën gezien?” Gegrinnik.

Deze eerste stepavond in het licht viel precies samen met de schemertijd die reeën gebruiken om te grazen. Zeker kwamen ze uit op 14 reeën. Zes verderop in een veldje, vier tussen de bomen, twee tegen de bosrand en 2 overstekende reeën. Maar die wolf die was verzonnen!